ECLI:NL:CRVB:2016:3303
Centrale Raad van Beroep · 07-09-2016 · zaaknummer 14/3687 WW
Inhoudsindicatie
Ten onrechte weigering uitbetaling WW-uitkering. Het Uwv heeft zijn standpunt uitsluitend gebaseerd op een verslag van een telefoongesprek met [naam werkgever] op 17 januari 2013. Van dit gesprek heeft het Uwv echter geen aantekeningen overgelegd. Ook is niet gebleken dat de lezing van appellante van de gang van zaken op 29 november 2012 door het Uwv aan [naam werkgever] is voorgehouden. Deze lezing wordt bovendien niet weersproken door het summiere feitenonderzoek dat door het Uwv is verricht. Dat appellante zich tijdens het gesprek op 29 november 2012 zodanig heeft gedragen of zodanige uitlatingen heeft gedaan dat het aan haar te wijten is dat er geen overeenstemming is bereikt over voortzetting van de arbeid is door het Uwv dan ook niet aannemelijk gemaakt. Ook is niet gebleken dat appellante op enig moment te kennen heeft gegeven de arbeid niet te willen voortzetten. Dat de zakenpartner van [naam werkgever] , [naam partner] , bij het vertrek van appellante nog zou hebben gezegd dat de bewuste voorwaarden geschrapt konden worden, zoals door het Uwv aangevoerd, maakt nog niet dat er sprake was van een nieuw werkaanbod. [naam partner] was immers niet de feitelijke werkgever van appellante. Reeds hierom is er onvoldoende grond voor de conclusie dat appellante door eigen toedoen geen passende arbeid heeft behouden.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[appellante]
appellante · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
