ECLI:NL:CRVB:2016:2212
Centrale Raad van Beroep · 15-06-2016 · zaaknummer 15-236 WMO
Inhoudsindicatie
Bezwaar van appellant is terecht kennelijk niet-ontvankelijk verklaard op de grond dat de brief van 4 juli 2014 niet is aan te merken als een besluit in de zin van artikel 1:3, eerste lid, Awb. Omdat bij aanvang van de opvang de einddatum daarvan al vast stond, bevat de brief van 4 juli 2014 slechts een mededeling van informatieve aard en is deze niet gericht op een zelfstandig rechtsgevolg. De brief is daarom geen besluit tot beëindiging van de opvang van appellant. Verder bevat de brief het voorstel om het verzoek om continuering van de opvang aan te merken als een aanvraag om maatschappelijke opvang in de zin van de Wmo en de aankondiging van een daarover te nemen besluit. Dit voorstel en deze aankondiging zijn evenmin op zelfstandig rechtsgevolg gericht.
Rechters
Advocaten
Partijen
[appellant]
appellant · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
