ECLI:NL:CRVB:2016:2123
Centrale Raad van Beroep · 03-06-2016 · zaaknummer 14/3583 WW
Inhoudsindicatie
Ten onrechte WW-uitkering toegekend aan werknemer. Door werkgeefster terecht beroep ingesteld. Hetgeen werkgeefster aan het ontbindingsverzoek ten grondslag heeft gelegd, vormt zowel objectief als subjectief een dringende reden voor ontslag. Geen feiten op grond waarvan moet worden geoordeeld dat het niet naleven van de verplichting om werkloosheid te voorkomen werknemer niet in overwegende mate valt te verwijten. Dit betekent dat werknemer verwijtbaar werkloos was en het Uwv de WW-uitkering blijvend en geheel had moeten weigeren. Hoger beroep van werkgeefster slaagt. Vernietiging aangevallen uitspraak met in standlating rechtsgevolgen. Nu de uitkering van werknemer reeds is beëindigd staat artikel 23 van de Werkloosheidswet in dit geval aan intrekking van de uitkering in de weg nu de uitkering niet door eigen schuld of toedoen ten onrechte is vastgesteld. Werkgeefster kan verzoek om schadevergoeding indienen.
Advocaten
- A. Speksnijder
- D. de Jong
- I.J. Woltman
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
