ECLI:NL:CRVB:2016:1167
Centrale Raad van Beroep · 31-03-2016 · zaaknummer 15/608 AW
Inhoudsindicatie
Onterecht ontslag op andere gronden. Appellante heeft zich op het standpunt gesteld dat ten tijde van het ontslag geen sprake was van een verstoring van de arbeidsverhouding op grond waarvan voortzetting van haar dienstverband in redelijkheid niet van het dagelijks bestuur kon worden gevergd. Zij wordt gevolgd in dit standpunt. Hiervoor is in het onderhavige geval relevant dat appellante, blijkens de uitspraak van de Raad van 14 november 2013, bij het besluit van 28 juli 2011 uit haar functie is ontheven voordat het dagelijks bestuur al het nodige had geprobeerd om de op dat moment bestaande conflictsituatie te doorbreken. Van een onoplosbaar conflict kon toen nog niet worden gesproken, hetgeen nog wordt bevestigd door het feit dat het dagelijks bestuur in het besluit van 28 juli 2011, dus na het gesprek van 20 juli 2011, uitdrukkelijk kenbaar heeft gemaakt herplaatsingsmogelijkheden binnen het Waterschap niet uit te sluiten. Ook is van betekenis dat appellante in haar bezwaarschrift van 16 oktober 2011 tegen het besluit van 28 juli 2011 uitdrukkelijk heeft laten weten het gezag van haar leidinggevende te erkennen. Daarmee is appellante ruim vóór de datum van het ontslag op haar schreden teruggekeerd. Dat zij bleef volharden dat haar leidinggevende haar bij het incident in februari 2011 had geschoffeerd, doet hieraan onvoldoende af.
Advocaten
Partijen
[appellante]
appellante · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
