ECLI:NL:CRVB:2015:822
Centrale Raad van Beroep · 06-03-2015 · zaaknummer 11-146 AKW
Inhoudsindicatie
Hoewel niet alle gestelde feiten en omstandigheden meer verifieerbaar zijn, is de Raad er voldoende van overtuigd dat het kind ten tijde in geding zodanig van appellante afhankelijk was dat hij als gevolg van de weigering van het verblijfsrecht aan appellante, feitelijk gedwongen wordt met appellante het grondgebied van de Unie te verlaten. Dit betekent dat appellante een op grond van artikel 20 van het VWEU afgeleid verblijfsrecht toekomt en dat artikel 6, tweede lid, van de AKW niet aan appellante mag worden tegengeworpen.
Advocaten
- G.J. Oudenes
- J.H. Kruseman
- W.G. Fischer
Partijen
[appellante]
appellante · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
