ECLI:NL:CRVB:2015:4855
Centrale Raad van Beroep · 23-12-2015 · zaaknummer 13/5522 WW
Inhoudsindicatie
De stelling van appellant dat het Uwv in bestreden besluit II een verkeerde periode heeft gehanteerd waarover de faillissementsuitkering is verstrekt, komt er in wezen op neer dat hij stelt dat de betalingsonmacht van werkgeefster is ingetreden op een moment dat is gelegen voor de datum van het faillissement. Voor de juistheid van dat standpunt zijn in de stukken geen aanknopingspunten te vinden. Die stelling komt ook niet overeen met de verklaring van appellant ter zitting dat werkgeefster niet betaalde om hem het bedrijf uit te werken en dat sprake was van betalingsonwil aan de kant van werkgeefster. Dat sprake was van betalingsonmacht is verder ook niet in overeenstemming met het feit dat werkgeefster in december 2011 nog (loon)betalingen heeft verricht, waaronder een betaling aan de dochter van appellant. Het Uwv heeft daarom terecht de dag van het intreden van de betalingsonmacht gesteld op 24 juli 2012, de dag van het faillissement van werkgeefster.
Advocaten
- J.A.C. van Etten
Partijen
[appellant]
appellant · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
