ECLI:NL:CRVB:2015:4384
Centrale Raad van Beroep · 08-12-2015 · zaaknummer 14-2068 WWB
Inhoudsindicatie
In geschil is of appellant de toeslag van betrokkene terecht heeft verlaagd naar 10% op de grond dat L kan beschikken over een inkomen dat hoger is dan het normbedrag voor de kosten van levensonderhoud voor hoger onderwijs, genoemd in artikel 3.18 van de Wsf 2000. Appellant (het college) heeft zich op het standpunt gesteld dat het inkomen van L meer bedraagt dan het in artikel 3.18 van de Wsf genoemde normbedrag, omdat de alimentatie die hij ontvangt als inkomen moet worden aangemerkt. Zoals de Raad eerder heeft geoordeeld (uitspraak van 27 maart 2007, ECLI:NL:CRVB:2007:BA1880) kan uit de Memorie van Toelichting op artikel 33 van de WWB, die in de aangevallen uitspraak is aangehaald en waarnaar de Raad hier verwijst, niet anders worden afgeleid dan dat een bijdrage van de ouders tot het bedrag van de in het kader van de Wsf 2000 berekende ouderlijke bijdrage niet op de bijstand in mindering dient te worden gebracht, omdat deze bij de berekening van de toelage in het kader van de Wsf 2000 reeds in aanmerking is genomen.
Advocaten
- M.R. Keyser
- R.S. Wijling
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
