ECLI:NL:CRVB:2015:4169
Centrale Raad van Beroep · 25-11-2015 · zaaknummer 13/6884 ZW
Inhoudsindicatie
Weigering ZW-uitkering. Appellante ontleende vanaf haar ziekmelding op 3 mei 2013 aan artikel 7:629, eerste lid, van het BW recht op doorbetaling van haar loon. Dat betekent dat het Uwv zich terecht op het standpunt heeft gesteld dat artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a, van de ZW aan verstrekking van ziekengeld in de weg staat. Appellante verleende ten tijde van haar uitval zorg aan een vaste groep van zorgvragers en was volgens een door de Stichting opgesteld rooster werkzaam. Niet is gebleken dat door de Stichting een opdrachtduur was bepaald als bedoeld in artikel 3 van de overeenkomst. Aan deze gegevens moet de conclusie worden verbonden dat appellante op (en na) 3 mei 2013 de met de Stichting overeengekomen arbeid zou hebben verricht als het ongeval haar niet zou zijn overkomen. Niet is immers gebleken van een beëindiging van de overeenkomst door de Stichting of appellante.
Advocaten
Partijen
[appellante]
appellante · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
