ECLI:NL:CRVB:2015:4039
Centrale Raad van Beroep · 23-10-2015 · zaaknummer 14-2948 WIA
Inhoudsindicatie
Het Uwv heeft appellant ten onrechte ontvangen in zijn bezwaar tegen de invorderingsbrief van 29 juli 2013 omdat deze brief niet is gericht op enig zelfstandig rechtsgevolg. De verplichting tot terugbetaling was al ontstaan door het herzienings- en terugvorderingsbesluit van 23 juli 2013. Daarnaast kan de brief niet als besluit tot vaststelling van de betalingsplicht als bedoeld in artikel 4:86 van de Awb worden gezien, omdat appellant nog de mogelijkheid wordt geboden om over een betalingsregeling contact op te nemen met het Uwv en hij over de wijze van betalen nog afzonderlijk zou worden bericht. Terecht is de uitkering herzien met terugwerkende kracht, het kon appellant redelijkerwijs duidelijk zijn dat hij ten onrechte uitkering ontving. Geen sprake van dringende redenen op grond waarvan van terugvordering kan worden afgezien.
Advocaten
- H.M.G. Duijsters
Partijen
[appellant]
appellant · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
