ECLI:NL:CRVB:2015:3903
Centrale Raad van Beroep · 04-11-2015 · zaaknummer 15-1377 ZW
Inhoudsindicatie
Het Uwv heeft zich ten onrechte op het standpunt gesteld dat appellant op grond van artikel 19, eerste lid, van de ZW met ingang van 8 januari 2013 een uitkering kon worden geweigerd. Aan appellant is op die datum immers niet kenbaar gemaakt dat op dat moment volgens het Uwv geen sprake was van ongeschiktheid tot het verrichten van zijn arbeid. Er bestaat geen reden om aan te nemen dat de gezondheidstoestand van appellant op 6 februari 2014 door de verzekeringsarts onjuist is ingeschat. De Raad zal zelf in de zaak voorzien en bepalen dat appellant eerst met ingang van 6 februari 2014 geen recht meer heeft op een uitkering op grond van de ZW. Aan een bespreking van de gronden die zien op de terug- en invordering wordt daarom niet meer toegekomen.
Advocaten
- A.P. van Knippenbergh
- M.J. van Steenwijk
Partijen
[appellant]
appellant · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
