ECLI:NL:CRVB:2015:3771
Centrale Raad van Beroep · 29-10-2015 · zaaknummer 14/5121 AW
Inhoudsindicatie
Appellant had het plaatsingsbesluit kunnen en moeten aanvechten in een beroepsprocedure als hij van mening was dat zijn feitelijke werkzaamheden niet overeenkwamen met de functie [functie B]. Nu appellant met zijn aanvraag van 27 december 2012 hetzelfde rechtsgevolg beoogde als in de bezwaarprocedure tegen het aanstellingsbesluit van 28 oktober 2010, heeft de rechtbank terecht geoordeeld dat er sprake is van een herhaalde aanvraag. Volgens vaste rechtspraak is hierop artikel 4:6 van de Awb van toepassing. De rechtbank heeft terecht geoordeeld dat appellant geen nieuwe feiten en veranderde omstandigheden heeft aangevoerd sinds het besluit van 24 oktober 2011. Voor zover de aanvraag betrekking had op de toekomst, wordt geoordeeld dat er geen aanwijzingen zijn dat de plaatsing in de functie van [functie B] onjuist is geweest.
Advocaten
Partijen
[appellant]
appellant · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
