ECLI:NL:CRVB:2015:3770
Centrale Raad van Beroep · 29-10-2015 · zaaknummer 13/5319 MAW
Inhoudsindicatie
Appellant heeft niet aannemelijk gemaakt dat hij in de uitoefening van zijn ambt, functie of werkzaamheden handelingen heeft verricht waardoor hij in strafrechtelijke zin als verdachte is aangemerkt. Appellant heeft verder tevergeefs aangevoerd dat, gelet op zijn situatie, de minister had moeten bezien of hij op andere gronden dan die neergelegd in de Regeling aanspraak kan maken op een tegemoetkoming in de kosten van rechtskundige hulp. Beroep op gelijkheidsbeginsel slaagt niet.
Rechters
Advocaten
- A.A. Koster
- B.D.W. Martens
- S.M. Diekstra
Partijen
[appellant]
appellant · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
