ECLI:NL:CRVB:2015:3742
Centrale Raad van Beroep · 16-10-2015 · zaaknummer 14/6890 WIA
Inhoudsindicatie
Met de rechtbank is de Raad van oordeel dat de verzekeringsarts bezwaar en beroep inzichtelijk heeft gemotiveerd dat appellant is aangewezen op knie- en rugsparende arbeid, maar dat niet gesproken kan worden van een ziektetoestand zonder benutbare mogelijkheden. De gronden in hoger beroep vormen in overwegende mate een herhaling van de door hem in beroep naar voren gebrachte gronden, geen aanleiding het standpunt van de verzekeringsarts voor onjuist te houden. Het oordeel van de rechtbank dat de voor appellant geselecteerde functies voor hem passend zijn wordt onderschreven. Ten aanzien van het maatmanloon wordt verwezen naar vaste rechtspraak. De arbeidsdeskundige heeft terecht de loonsverhoging bij de bepaling van het maatmanloon buiten beschouwing gelaten.
Advocaten
Partijen
[appellant]
appellant · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
