ECLI:NL:CRVB:2015:3671
Centrale Raad van Beroep · 22-10-2015 · zaaknummer 15-631 AW
Inhoudsindicatie
Van betrokkene had mogen worden verwacht dat hij de risico’s van (de schijn van) belangenverstrengeling, vriendjespolitiek en oneerlijke concurrentie van de in loop der jaren fors toegenomen omvang van de werkzaamheden die [naam V.O.F.] voor het waterschap verrichtte (van € 799,- in 2005 tot een uitschieter van € 79.980,- in 2011) uitdrukkelijk met de betreffende leidinggevenden had besproken. Betrokkene heeft dit niet gedaan en het is, mede gelet op de gespreksverslagen, aannemelijk dat de leidinggevenden niet op de hoogte waren van de omvang van de opdrachten aan [naam V.O.F.]. In de gegeven omstandigheden wegen van de zes gedragingen de vijfde en de zesde gedraging minder zwaar dan de overige gedragingen. In hun onderlinge verband bezien leveren de zes gedragingen tezamen een zodanig ernstig plichtsverzuim op dat de opgelegde disciplinaire maatregel van onvoorwaardelijk ontslag daaraan niet onevenredig is.
Advocaten
- J.M. Scheen
- P.J. Schaap
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
