ECLI:NL:CRVB:2015:3540
Centrale Raad van Beroep · 14-10-2015 · zaaknummer 14/1127 WW
Inhoudsindicatie
Betrokkene heeft niet aannemelijk gemaakt dat hij in een privaatrechtelijke dienstbetrekking tot de BV heeft gestaan en werknemer is geweest in de zin van artikel 3, eerste lid, van de WW. Aan deze vaststelling heeft appellant op goede gronden verbonden dat betrokkene geen recht heeft op overneming door appellant op grond van hoofdstuk IV van de WW van de gestelde betalingsverplichtingen van de BV en evenmin aansluitend recht heeft op een WW-uitkering op grond van hoofdstuk II van de WW.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
