ECLI:NL:CRVB:2015:3185
Centrale Raad van Beroep · 15-09-2015 · zaaknummer 14/2398 WWB
Inhoudsindicatie
De onderzoeksbevindingen bieden onvoldoende grondslag voor de conclusie van het dagelijks bestuur dat A in de te beoordelen periode zijn hoofdverblijf had in de woning van appellante op het uitkeringsadres. De rechtbank heeft dit niet onderkend. Vernietiging uitspraak. Omdat gelet op het tijdsverloop redelijkerwijs niet verwacht kan worden dat het dagelijks bestuur alsnog aannemelijk zal kunnen maken dat in de te beoordelen periode sprake was van een gezamenlijke huishouding, zal de Raad zelf in de zaak voorzien door de besluiten van 16 november 2012 en 2 april 2013 te herroepen.
Advocaten
Partijen
[appellante]
appellante · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
