ECLI:NL:CRVB:2015:2367
Centrale Raad van Beroep · 16-07-2015 · zaaknummer 14-2224 AW
Inhoudsindicatie
Volgens vaste rechtspraak (CRvB 18 augustus 2011, ECLI:NL:CRVB:2011:BR5553) behoort een disciplinaire straf wegens plichtsverzuim te berusten op een eigenstandige feitenvaststelling door de werkgever. Op die feitenvaststelling zijn niet de in het strafrecht geldende, zeer strikte bewijsregels van toepassing. Wel geldt dat op basis van deugdelijk vastgestelde gegevens de overtuiging moet zijn verkregen dat de ambtenaar zich aan de hem verweten gedragingen heeft schuldig gemaakt. Met appellant heeft de Raad de overtuiging verkregen dat betrokkene zich aan de hem verweten gedragingen schuldig heeft gemaakt. Betrokkene heeft zich schuldig gemaakt aan ernstig plichtsverzuim en appellant was bevoegd hem daarvoor disciplinair te straffen. Dit plichtsverzuim rechtvaardigt de oplegging van de zwaarste straf van onvoorwaardelijk ontslag. Het betreft fysieke aanrakingen van heel jonge vrouwelijke leerlingen waarbij betrokkene hun gevoel van veiligheid ernstig heeft aangetast en misbruik heeft gemaakt van zijn gezagsrelatie. Appellant heeft dat gedrag terecht onaanvaardbaar geacht en gezien de veilige leeromgeving die de leerlingen moeten kunnen hebben binnen de school is het ontslag niet onevenredig aan de aard en de ernst van het plichtsverzuim.
Advocaten
- G. Wind
- S.G. van der Galiën
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
