ECLI:NL:CRVB:2015:2318
Centrale Raad van Beroep · 15-07-2015 · zaaknummer 13-5858 ZW
Inhoudsindicatie
Intrekking ZW-uitkering. Ingevolge artikel 29a, vierde lid, van de ZW heeft de vrouwelijke verzekerde, nadat het recht op uitkering op grond van artikel 3:7, eerste lid, 3:8, derde lid, of 3:10, eerste lid, van de Wet arbeid en zorg is geëindigd, indien zij aansluitend ongeschikt is tot het verrichten van haar arbeid en die ongeschiktheid haar oorzaak vindt in de bevalling of de daaraan voorafgaande zwangerschap, recht op ziekengeld ter hoogte van haar dagloon, zolang die ongeschiktheid duurt, doch ten hoogste gedurende 104 aaneengesloten weken. De Raad onderschrijft het oordeel van de rechtbank, alsmede de aan dat oordeel ten grondslag liggende motivering, dat er per 10 oktober 2012 geen sprake was van arbeidsongeschiktheid die haar oorzaak vindt in de zwangerschap van appellante of de bevalling.
Advocaten
Partijen
[appellante]
appellante · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
