ECLI:NL:CRVB:2015:1696
Centrale Raad van Beroep · 28-05-2015 · zaaknummer 14-6700 AW
Inhoudsindicatie
In hoger beroep is uitsluitend de vraag aan de orde of de rechtbank kan worden gevolgd in haar oordeel dat appellant bij het opleggen van de straf aan betrokkene van onvoorwaardelijk ontslag in strijd heeft gehandeld met het evenredigheidsbeginsel. De Raad stelt voorop dat de straf van ontslag op zichzelf beschouwd niet onevenredig is aan de aard en de ernst van het aan betrokkene verweten plichtsverzuim. Dat binnen het milieustation een cultuur was ontstaan waarbij het voor eigen gebruik meenemen van goederen door de medewerkers tot op zekere hoogte als toelaatbaar werd ervaren maakt dat oordeel niet anders. Er was immers een duidelijk en voor de medewerkers kenbaar verbod om spullen mee naar huis te nemen en de leiding van de Afvalservice tolereerde dat ook niet. De Raad volgt de rechtbank niet in het oordeel dat appellant niet consistent heeft gehandeld bij het opleggen van de straf aan betrokkene in vergelijking met de collega’s X en Y. Wat betreft de aard en omvang en daarmee ook de ernst van het plichtsverzuim bestaan namelijk aanmerkelijke verschillen tussen betrokkene en X en Y.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
