ECLI:NL:CRVB:2015:1653
Centrale Raad van Beroep · 29-04-2015 · zaaknummer 14-5381 WSF
Inhoudsindicatie
Met betrekking tot de besluiten van 24 augustus 2013 en eerder, geldt dat het daartegen gerichte bezwaar is ingediend na afloop van de bezwaartermijn van zes weken. Met de rechtbank is de Raad van oordeel dat de besluiten voldoende duidelijk zijn en dat de termijnoverschrijding niet verschoonbaar is. De veronderstelling van appellant dat hij het reisproduct heeft stopgezet door een brief (of brieven) te verzenden aan de minister, levert geen situatie op waarin het niet tijdig beëindigen van het reisrecht hem aantoonbaar niet kan worden toegerekend. Een op grond van de Wsf 2000 vastgestelde OV-schuld is niet aan te merken als een (bestuurlijke) boete of daarmee gelijk te stellen punitieve sanctie, maar reparatoir van aard.
Advocaten
- I. van Baaren
- K.F. Hofstee
Partijen
[appellant]
appellant · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
