ECLI:NL:CRVB:2015:1627
Centrale Raad van Beroep · 26-05-2015 · zaaknummer 14-1584 BBZ
Inhoudsindicatie
Appellanten hebben hun stelling dat met het besluit van 27 juni 2012 een nieuw rechtsgevolg in het leven is geroepen met de nieuwe verdeling van de kosten van het bedrijfskrediet en de kosten van het levensonderhoud niet nader toegelicht. Deze enkele stelling laat bovendien onverlet dat appellanten uit hoofde van het onherroepelijk geworden besluit van 17 januari 2006 gehouden zijn het nog openstaande gedeelte van de lening, vermeerderd met de verschuldigde rente, aan het college te betalen. Tegen de specificatie van de daarop betrekking hebbende bedragen in het besluit van 27 juni 2012 zijn geen aparte beroepsgronden gericht. Ook de stelling dat de vordering reeds zou zijn afgelost of in zijn geheel zou zijn kwijtgescholden hebben appellanten niet onderbouwd, zodat ook de beroepsgronden die daarop zien niet slagen.
Advocaten
Partijen
[appellant]
appellant · onbekend
[appellante]
appellante · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
