ECLI:NL:CRVB:2015:1499
Centrale Raad van Beroep · 12-05-2015 · zaaknummer 14-5085 WWB
Inhoudsindicatie
De Raad acht van betekenis dat het woord ‘wonen’, zeker in het alledaagse spraakgebruik, niet dezelfde betekenis toekomt als aan het woord hoofdverblijf in het kader van een gezamenlijke huishouding. Het standpunt van het dagelijks bestuur dat appellante de op haar rustende inlichtingenverplichting heeft geschonden houdt in rechte geen stand. Dit betekent dat geen grondslag aanwezig was voor het geven van een schriftelijke waarschuwing als bedoeld in artikel 18a, vierde lid, van de WWB. Vernietiging uitspraak. Vernietiging besluit. De Raad, zal zelf voorziend, het besluit voor zover dit ziet op de waarschuwing, herroepen.
Rechters
Advocaten
Partijen
[appellante]
appellante · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
