ECLI:NL:CRVB:2015:1232
Centrale Raad van Beroep · 16-04-2015 · zaaknummer 13-3147 AW
Inhoudsindicatie
Tussen partijen is niet in geschil dat is voldaan aan artikel 4, derde lid, eerste zin, van het Barp. Dit betekent dat appellant een stevigere uitgangspositie heeft dan gebruikelijk bij het niet verlengen van een aanstelling in tijdelijke dienst voor bepaalde tijd en vanaf 30 juli 2012 zo mogelijk in vaste dienst moet worden aangesteld. Beoordeeld moet worden of de korpschef zich in redelijkheid op het standpunt heeft kunnen stellen dat er geen mogelijkheid was om appellant in vaste dienst aan te stellen. De Raad verwijst hier naar zijn uitspraak van 15 januari 2015, ECLI:NL:CRVB:2015:40. In de gegeven omstandigheden heeft de korpschef in redelijkheid kunnen besluiten om appellant met ingang van 30 juli 2012 geen vaste aanstelling te verlenen.
Advocaten
- W.J. Dammingh
Partijen
[appellant]
appellant · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
