ECLI:NL:CRVB:2015:1098
Centrale Raad van Beroep · 08-04-2015 · zaaknummer 13-2639 WW
Inhoudsindicatie
Het geschil spitst zich toe op de vraag of betrokkene over de periode van 10 oktober 2011 tot 1 april 2012, de periode waarin zij met twee anderen het bestuur van de Stichting vormde, als directeur in een gezagsverhouding heeft gestaan ten opzichte van de Stichting. Volgens vaste rechtspraak van de Hoge Raad is bij de beoordeling van de vraag of tussen een natuurlijke persoon en een rechtspersoon een gezagsverhouding bestaat, niet van belang welke personen deel uitmaken van het orgaan van de rechtspersoon dat instructies aan die natuurlijke persoon kan geven. Of materieel sprake is van een gezagsverhouding is bij die beoordeling daarom niet relevant. De Hoge Raad heeft deze zogenoemde formele benadering recent bevestigd in (rechtsoverweging 3.3.3 van) zijn arrest van 22 maart 2013 (ECLI:NL:HR:2013:BY9295). Betrokkene stond als directeur formeel in een gezagsverhouding tot het bestuur van de Stichting, hetgeen leidt tot de conclusie dat betrokkene in een gezagsverhouding stond tot de Stichting. Niet relevant is of er materieel sprake was van een gezagsverhouding tussen betrokkene en het bestuur (vergelijk CRVB 5 juli 2013, (ECLI:NL:CRVB:2013:884). Hieruit volgt dat tevens niet relevant is dat betrokkene zelf deel uitmaakte van het bestuur.
Advocaten
- F. Penders
- F.A. Steeman
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
