ECLI:NL:CRVB:2014:58
Centrale Raad van Beroep · 16-01-2014 · zaaknummer 12-2763 AW
Inhoudsindicatie
Schorsing: Gelet op enerzijds de ernst en omvang van de ontstane onrust, die maakten dat een pasklare oplossing niet direct voorhanden was, en anderzijds de beperkte duur van de eerste schorsingsperiode, ziet de Raad evenmin voldoende grond voor de conclusie dat de verlenging van de schorsing waartoe na het aflopen van die periode is besloten, als rechtens onhoudbaar is te beschouwen. Reorganisatie: De met de nieuwe structuur tot stand gebrachte veranderingen zijn uitvoerig onderbouwd in een notitie, die aan de basis heeft gelegen van de besluitvorming door het algemeen bestuur op 8 april 2010. De in die notitie weergegeven beweegredenen hebben met de persoon van appellant niets van doen. Ontslag: Conclusie is dat het ontslag van appellant op zijn minst prematuur is geweest. Het kennelijk door de werkgever gevoelde vertrouwensverlies behoorde, net als in elke andere situatie het geval zou zijn geweest, geen grond voor ontslag te vormen zo lang dit niet door voldoende feitelijke gegevens werd geschraagd. Als gezegd had de periode van de schorsing van appellant door de werkgever kunnen worden benut voor onderzoek in dit verband, waarbij ook opties hadden kunnen worden onderzocht als het alsnog uitvoering geven aan de eerdere beslissing tot plaatsing van appellant in de functie van hoofd Middelen.
Advocaten
- F.J. van der Vaart
- G.M. Hissink
Partijen
[appellant]
appellant · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
