ECLI:NL:CRVB:2014:535
Centrale Raad van Beroep · 18-02-2014 · zaaknummer 12-3100 WWB
Inhoudsindicatie
Herziening, intrekking en terugvordering bijstand omdat appellante in de periode in geding de op haar rustende inlichtingenverplichting heeft geschonden door geen melding te maken van haar werkzaamheden in het café en dat als gevolg van deze schending het recht op bijstand niet kan worden vastgesteld. Appellante heeft niet aannemelijk gemaakt dat slechts sprake was van werkzaamheden op therapeutische basis die niet op geld waardeerbaar zijn. Verklaring appellante: Ook als bedoelde verklaring buiten beschouwing wordt gelaten, resteert voldoende feitelijke grondslag voor de conclusie dat appellante in de periode in geding op geld waardeerbare werkzaamheden heeft verricht. Appellante heeft niet aannemelijk gemaakt dat zij, gelet op haar psychische problematiek, niet kon voldoen aan de op haar rustende inlichtingenverplichting.
Advocaten
- E. Osinga
Partijen
[appellante]
appellante · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
