ECLI:NL:CRVB:2014:493
Centrale Raad van Beroep · 19-02-2014 · zaaknummer 11-3848 WW
Inhoudsindicatie
Ter uitvoering van de tussenuitspraak, ECLI:NL:CRVB:2013:BZ3437, zijn nieuwe besluiten genomen en zijn werknemers van appellante alsnog in aanmerking gebracht voor een deeltijd-WW-uitkering. Appellante heeft weliswaar moeten aantonen aan bepaalde voorwaarden te voldoen voordat haar werknemers in aanmerking kwamen voor een deeltijd-WW-uitkering, maar dit maakt niet dat tussen het Uwv en appellante een handelsovereenkomst tot stand is gekomen. De verplichting wettelijke rente te betalen vloeit bovendien voort uit het feit dat het Uwv na erkenning van de onrechtmatigheid van de besluiten van 13 en 20 september 2010 de aanspraken van werknemers van appellante op deeltijd-WW-uitkering te laat heeft vastgesteld en dus ook te laat heeft betaald. Zoals ook in de tussenuitspraak is overwogen, zijn slechts de werknemers gerechtigd op de deeltijd-WW. De omstandigheid dat de Raad tevens heeft overwogen dat appellante wel als belanghebbende bij besluiten over deeltijd-WW van haar werknemers moet worden aangemerkt, vormt geen aanleiding om een ander rentepercentage te hanteren dan op grond van artikel 4:98 van de Awb van toepassing is.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[appellante]
appellante · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
