ECLI:NL:CRVB:2014:4394
Centrale Raad van Beroep · 24-12-2014 · zaaknummer 13-495 WAJONG
Inhoudsindicatie
De brief van 11 april 2010, met daarin het verzoek om alsnog de arbeidsongeschiktheid van appellant op de dag dat hij 17 jaar werd te beoordelen, is gedaan hangende de in 1.2 genoemde procedure over appellant zijn aanspraak op een WAJONG-uitkering. Tegen die achtergrond kan de brief van 11 april 2010 niet worden aangemerkt als een op zichzelf staande aanvraag als bedoeld in artikel 1:3, derde lid, van de Awb, maar moet deze worden gezien als een herhaling van al eerder in die procedure aangevoerde argumenten. Nu er geen sprake was van een aanvraag als bedoeld in artikel 1:3, derde lid, van de Awb, heeft het Uwv ook geen dwangsom verbeurd op grond van artikel 4:17 van de Awb.
Rechters
Advocaten
- L. Bovenkamp
- M.J.H.H. Fuchs
Partijen
[appellant]
appellant · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
