ECLI:NL:CRVB:2014:384
Centrale Raad van Beroep · 11-02-2014 · zaaknummer 12-6003 IOAW
Inhoudsindicatie
Appellant voldoen niet aan de in artikel 2, aanhef en onder a, ten tweede, van de IOAW neergelegde voorwaarden voor toekenning van een IOAW-uitkering. Dat appellant in de veronderstelling verkeerde dat zijn werkzaamheden als raadslid en plaatsvervangend raadslid zouden meetellen voor de zogeheten jareneis waaraan moet zijn voldaan om recht te krijgen op een verlengde uitkering, doet er niet aan af dat hij niet aan bedoelde voorwaarden voldeed en dus geen recht had op een uitkering op grond van de IOAW. Voor zover appellant van mening is dat hij recht had op een verlengde uitkering had hij dit bij het Uwv moeten aankaarten, bijvoorbeeld door bezwaar te maken tegen het besluit van 29 november 2010.
Rechters
Advocaten
- F. van Nisselrooij
Partijen
[appellant]
appellant · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
