ECLI:NL:CRVB:2014:3298
Centrale Raad van Beroep · 09-10-2014 · zaaknummer 13-695 AW
Inhoudsindicatie
Ontslag. 1) De opheffing van de betrekking van betrokkene en de daaraan ten grondslag gelegde daling van het leerlingenaantal zijn niet als omstandigheden te beschouwen die in overwegende mate betrekking hebben op de persoon van betrokkene en zijn directe werksituatie. De grondslag “andere redenen van gewichtige aard” kwam dus niet voor toepassing in aanmerking. 2) In dit geval was sprake van de situatie bedoeld in artikel 17.1, derde lid, van de CAO Voortgezet onderwijs. Ontslag op grond van artikel 9.b.3, aanhef en onder d, van de CAO VO was dus niet mogelijk dan nadat aan de voorwaarden van de leden 3 tot en met 5 van bijlage 8, behelzende onder meer een wachttijd van twee jaar, was voldaan. Net als de rechtbank vindt de Raad in de verwijzing naar “één of meer” werknemers in het derde lid van bijlage 8, steun voor het oordeel dat het stelsel van artikel 17.1 in samenhang met die bijlage, mede ziet op individuele gevallen als dat van betrokkene. De subsidiair gehanteerde grondslag levert geen bevoegdheid tot ontslagverlening op.
Advocaten
- A. Klaassen
- J. Lommen
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
