ECLI:NL:CRVB:2014:2971
Centrale Raad van Beroep · 02-09-2014 · zaaknummer 12-6356 WWB
Inhoudsindicatie
Het college heeft niet aannemelijk gemaakt dat het appellant valt te verwijten dat hij de aanvraag om bijstand niet zo spoedig mogelijk heeft ingediend na de melding op 12 december 2011, zodat het college de ingangsdatum van de bijstand ingevolge artikel 44, eerste lid, van de WWB had moeten vaststellen op die datum. Daarbij wordt aangetekend dat het college niet heeft aangevoerd dat er enig beletsel bestaat om aan appellant met ingang van 12 december 2011 bijstand te verlenen. De rechtbank heeft dit niet onderkend. Vernietiging uitspraak. Doende wat de rechtbank zou behoren te doen, zal de Raad het beroep gegrond verklaren, het bestreden besluit vernietigen en het besluit van 21 februari 2012 herroepen in die zin dat het college aan appellant met ingang van 12 december 2011 bijstand verstrekt naar de norm voor een alleenstaande, verhoogd met de toepasselijke toeslag.
Advocaten
- R.G. van den Heuvel
Partijen
[appellant]
appellant · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
