ECLI:NL:CRVB:2014:249
Centrale Raad van Beroep · 30-01-2014 · zaaknummer 12-1534 AW
Inhoudsindicatie
Appellant was al vanaf ongeveer 2007 op grond van zijn medische beperkingen niet meer in staat om de veranderende werkwijze te volgen en zijn functie naar behoren uit te oefenen. Deze beperkingen zijn van blijvende aard en er is geen enkele reden om aan te nemen dat het werken met de geautomatiseerde systemen appellant in de toekomst gemakkelijker zal afgaan. Het college heeft zowel binnen als buiten de eigen organisatie gezocht naar mogelijkheden om passend werk voor hem te vinden, waarbij onder meer detachering, stages en externe begeleiding door de Felua‑groep zijn beproefd. Gelet op dit alles moet worden geoordeeld dat ten tijde van de ontslagdatum aan de vereisten was voldaan. Het college was dus wèl bevoegd om appellant te ontslaan met toepassing van artikel 94, eerste lid, aanhef en onder e, van het Barp. De Raad zal zelf in de zaak voorzien door alsnog deze bepaling aan het ontslag ten grondslag te leggen.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[appellant]
appellant · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
