ECLI:NL:CRVB:2014:2452
Centrale Raad van Beroep · 18-07-2014 · zaaknummer 12-2533 WAO
Inhoudsindicatie
Rechtbank toetst ten onrechte ambtshalve aan artikel 21, derde lid van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO); geen bepaling van openbare orde. Nu de beroepsgronden zich ook niet richten tegen de voorwaarden in artikel 21, derde lid van de WAO heeft de rechtbank in strijd met artikel 8:69 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) niet op grond van het beroepschrift uitspraak gedaan. Volgt vernietiging van de uitspraak van de rechtbank. Besluit genomen ter uitvoering van die uitspraak wordt op grond van artikel 6:19 van de Awb in hoger beroep meegenomen en ook vernietigd. In dit geval geen sprake van een gecombineerde maatman. Daarvan is volgens vaste jurisprudentie alleen sprake als een verzekerde voor uitval een combinatie van functies vervulde. Appellante heeft de functies van administratief medewerker en eindredacteur nooit gecombineerd. Raad doet wat de rechtbank had moeten doen en verklaard het beroep tegen het oorspronkelijke besluit ongegrond.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[appellante]
appellante · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
