ECLI:NL:CRVB:2014:1820
Centrale Raad van Beroep · 23-05-2014 · zaaknummer 11-3386 WW
Inhoudsindicatie
Weigering WW-uitkering. Nu zowel de IND, namens - thans - de Minister van Veiligheid en Justitie, als de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid tot de slotsom zijn gekomen dat betrokkene in of omstreeks 1984 een verblijfsrecht heeft verkregen op grond van artikel 7 van Besluit 1/80 dat nadien niet verloren is gegaan, moet geconcludeerd worden dat betrokkene ten tijde van zijn werkzaamheden in dienst van de B.V. werknemer was in de zin van de WW. Het enkele feit dat betrokkene in 1985 ongewenst is verklaard, welk besluit na bezwaar en beroep in stand is gebleven, kan hieraan niet afdoen nu de bevoegde instanties ten aanzien van de beoordeling van het verblijfsrecht en tewerkstellingsvergunningen inmiddels tot de conclusie zijn gekomen dat de ongewenstverklaring niet op communautair juiste gronden was gebaseerd.
Advocaten
- F.L.M. van Haren
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
