ECLI:NL:CRVB:2014:1691
Centrale Raad van Beroep · 07-05-2014 · zaaknummer 12-1929 ZW
Inhoudsindicatie
Ten onrechte is geen verzekeringsplicht aangenomen. Geen sprake van gefingeerd dienstverband. Ten onrechte intrekking en terugvordering ZW- en WAZO-uitkering. Uit het rapport werknemersfraude gelezen in samenhang met de overige zich in het dossier bevindende stukken, waaronder verschillende getuigenverklaringen van werknemers van de B.V. en ook de in hoger beroep ingebrachte verklaringen afgelegd tegenover de rechter-commissaris in het kader van de strafzaak tegen appellante, volgt juist dat het de bedoeling van partijen was om een arbeidsovereenkomst in de zin van artikel 7:610 van het BW te sluiten. Uit deze verklaringen, gelezen in samenhang met de door appellante en [Van B. ] getekende arbeidsovereenkomst, blijkt welke werkzaamheden appellante diende te verrichten en welk loon zij daarvoor diende te ontvangen. Aan deze arbeidsovereenkomst is ook (een begin van een) uitvoering gegeven.
Advocaten
Partijen
[appellante]
appellante · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
