ECLI:NL:CRVB:2014:1434
Centrale Raad van Beroep · 29-04-2014 · zaaknummer 12-6283 WWB
Inhoudsindicatie
Appellante en H hebben hoofdverblijf in dezelfde woning gehad. De man en de vrouw hebben een periode - variërend van één tot twee jaar tot zes jaar - samen in België gewoond, gedurende welke periode de dochter van appellante op het adres in Rotterdam heeft gewoond. Rechtsgevolgen van het besluit kunnen niet in stand blijven. Toepassing van de zogeheten bestuurlijke lus verdraagt zich niet met het rechtsmiddel van beroep in cassatie dat openstaat tegen de toepassing door de Raad van bepalingen over het begrip gezamenlijke huishouding. Nieuwe beslissing op bezwaar waarbij het college met inachtneming van deze uitspraak een nader besluit dienen te nemen ten aanzien van de intrekking over de periode van 1 juli 1997 tot en met 16 augustus 2011 en de terugvordering. Daarbij heeft het college ter zitting toegezegd dat bij een nieuw te nemen besluit de bijstand niet zal worden ingetrokken en teruggevorderd.
Advocaten
Partijen
[appellante]
appellante · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
