ECLI:NL:CRVB:2014:1385
Centrale Raad van Beroep · 24-04-2014 · zaaknummer 12-4819 AW
Inhoudsindicatie
Appellante heeft gehoor gegeven aan de oproep van 8 april 2011, om op 16 mei 2011 ten tweeden male bij BMB te verschijnen ten behoeve van een op te stellen vervolg-DFOA. De bewoordingen van de brief van 10 mei 2011 laten ruimte voor enige twijfel of met het voorgaande al is voldaan aan de in die brief geformuleerde voorwaarde voor ontslag. Gezien de aard van de in geding zijnde besluitvorming moet deze twijfel in het voordeel van appellante werken. Het op artikel 123a, eerste lid, aanhef en onder c, van het BARD gebaseerde ontslag is in tweeërlei opzicht als prematuur te beschouwen. Het kan daarom geen stand houden. In aanmerking genomen het DFOA van 28 november 2011, alsmede de mededeling van appellante ter zitting van de Raad dat zij nog altijd ziek is, ligt het in de rede dat de minister onderzoekt of een traject, leidende tot ziekteontslag geëigend is.
Advocaten
Partijen
[appellante]
appellante · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
