Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:CRVB:2013:BZ6199

Centrale Raad van Beroep · 21-03-2013 · zaaknummer 11/3964 MAW

Bestuursrecht; AmbtenarenrechtGepubliceerd 22-06-2013
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

1) Functiewaardering. Functiebeschrijving met aanhangsel zijn een gegeven. Geen feiten of omstandigheden aangevoerd die grond kunnen geven voor het oordeel dat de functiewaardering onhoudbaar is. 2) Rangstoekenning. De minister heeft in redelijkheid de functie van appellant in de rang van adjudant-onderofficier kunnen handhaven in plaats van hem te bevorderen tot eerste luitenant. Belang van de defensieorganisatie bij een zekere evenwichtige opbouw van het personeelsbestand in de verschillende rangen (piramidale opbouw). Geen sprake van een gepubliceerd beleid waaruit volgde dat appellant onder omstandigheden als zich hier voordoen aanspraak had op bevordering tot eerste luitenant. Aanwezigheid van (andere) bijzondere omstandigheden die noopten tot afwijking van het uitloopbeleid is evenmin aannemelijk gemaakt. Geen strijd met het gelijkheidsbeginsel. De door appellant genoemde collega’s die wel tot luitenant zijn bevorderd werkten in een functie met een andere inhoud dan die van appellanten bij een andere productgroep onder kennelijk andere omstandigheden. 3) Artikel 6 van het EVRM. Geen matiging van de hoogte van de vergoeding. Appellant en zijn collega hebben afzonderlijke besluiten van de minister ontvangen over de waardering van hun functie en hun rangaanspraak. Vervolgens hebben zij individueel een bezwaar- en een beroepschrift ingediend. Niet gezegd kan worden dat zij als groep hebben geprocedeerd. Zij hebben geen gezamenlijke actie ondernomen waardoor gezegd kan worden dat zij het leed hebben kunnen delen. Er bestaat dan ook geen aanleiding om te veronderstellen dat een matigende invloed heeft plaatsgevonden op de mate van stress, ongemak en onzekerheid die door appellant en zijn collega wordt ondervonden door de te lang durende procedure. Dat beiden dezelfde gemachtigde hebben, kan evenmin tot de conclusie leiden dat zij als groep hebben geprocedeerd. Noch in de zaak zelf, die niet als complex is aan te merken, noch in de opstelling van appellant zijn aanknopingspunten gevonden voor het oordeel dat in dit geval de totale lengte van de procedure meer dan vier jaar zou mogen bedragen. De redelijke termijn is derhalve met ruim zes jaar overschreden. Van feiten of omstandigheden op grond waarvan zou moeten worden aangenomen dat geen sprake is geweest van spanning en frustratie die als immateriële schade voor vergoeding in aanmerking komt, is niet gebleken.

Advocaten

In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.