ECLI:NL:CRVB:2013:BZ4849
Centrale Raad van Beroep · 19-03-2013 · zaaknummer 11-2959 WWB
Inhoudsindicatie
Intrekking en terugvordering bijstand, omdat appellante haar inlichtingenverplichting heeft geschonden door niet te melden dat zij sinds 9 mei 2006 een gezamenlijke huishouding voert met haar vriend. Appellante heeft de op haar rustende inlichtingenverplichting geschonden door niet te melden dat zij haar hoofdverblijf niet langer aan [adres 1] had. Zij stelt weliswaar dat zij als mantelzorger voor haar moeder zorgt en dat dit bij de dienst bekend was, maar dat leidt niet tot een ander oordeel. Bekendheid van de dienst met de mantelzorg betekent niet dat de dienst ook bekend was met het feit dat appellante niet langer haar hoofdverblijf had aan [adres 1]. Het verrichten van mantelzorg is immers te verenigen met het behoud van het hoofdverblijf in de eigen woning. Daarvan is in dit geval geen sprake geweest. Dat de dienst er tot slot mee bekend zou zijn geweest dat appellante vaak bij haar vriend verbleef, vindt geen steun in de stukken.
Advocaten
- F.E. van Nisselrooij
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
