ECLI:NL:CRVB:2013:BZ2671
Centrale Raad van Beroep · 28-02-2013 · zaaknummer 11/2333 AW + 11/4907 AW
Inhoudsindicatie
Appellant heeft het ongeval van betrokkene tijdens een teamdag niet aangemerkt als een dienstongeval. Raad: Aan art. 54 Barp ligt naar vaste rechtspraak van de Raad (CRvB 29 juli 2009, LJN BJ4986) het uitgangspunt ten grondslag dat de overheidswerkgever die de ambtenaar werkzaamheden opdraagt en hem daarmee blootstelt aan een - gelet op de aard van die werkzaamheden of de omstandigheden waaronder zij moeten worden verricht - verhoogd risico, de kosten van geneeskundige behandeling en verzorging die de ambtenaar moet maken als gevolg van een ongeval dat in overwegende mate met dat verhoogde risico verband houdt, voor zijn rekening moet nemen. Dat, zoals betrokkene ter zitting van de Raad heeft gesteld, in de Circulaire Definitie Dienstongeval (Stcrt. 2009, nr. 57) niet de eis van een verhoogd risico op letsel wordt vermeld, betekent niet dat het hiervoor genoemde uitgangspunt niet (meer) geldend is. De weergave in de circulaire van de rechtspraak over dienstongevallen als bedoeld in art. 1, lid 1, aanhef en onder z, en art. 54 van het Barp is onvolledig in die zin dat alleen aandacht wordt besteed aan het criterium dat sprake moet zijn van opgedragen werkzaamheden. Daaruit zou kunnen worden afgeleid dat een ongeval dat heeft plaatsgevonden tijdens het verrichten van vanwege de dienst opgedragen werkzaamheden - behoudens eigen schuld of onvoorzichtigheid van het slachtoffer - reeds daarom als een dienstongeval moet worden aangemerkt, ongeacht of er sprake was van een verhoogd risico op letsel. Die opvatting is gelet op de vaste rechtspraak van de Raad echter niet juist. De Raad is met de Rb. van oordeel dat het touwtrekken tijdens de teamdag moet worden gezien als een opgedragen werkzaamheid als bedoeld in art. 1, lid 1, aanhef en onder z, en art. 54 van het Barp. Uit de memo van de chef basiseenheid van 26 oktober 2009 en de verklaringen van de gemachtigde van appellant ter zitting van de Raad blijkt dat deelname aan de teamdag verplicht was. Verder blijkt uit de bewuste memo dat van deelname aan de afzonderlijke activiteiten die op die teamdag plaatsvonden, mocht worden afgezien als daarvoor een (fysieke) reden bestond. Hieruit leidt de Raad af dat deelname aan de afzonderlijke activiteiten verplicht was indien een (fysieke) reden om daaraan niet deel te nemen ontbrak. Dat betekent dat er wat betreft de deelname aan de afzonderlijke activiteiten van de teamdag sprake was van opgedragen werkzaamheden. Er is echter geen sprake van een verhoogd risico op letsel. Touwtrekken is naar zijn aard in beginsel geen activiteit waarbij de deelnemers worden blootgesteld aan een verhoogd risico op letsel. Uit de dossierstukken blijkt dat betrokkene heeft verklaard dat hij dit touwtrekken niet beschouwt als risicovol en dat hij geen reden had om af te zien van deelname aan het touwtrekken. De gemachtigde van betrokkene heeft ter zitting van de Raad nog eens bevestigd dat het touwtrekken geen gevaarlijke activiteit was. De Raad is ook niet gebleken dat het touwtrekken plaatsvond onder zodanige omstandigheden dat een verhoogd risico op letsel bestond. Het ongeval dat betrokkene tijdens de teamdag is overkomen, kan daarom niet worden aangemerkt als een dienstongeval als bedoeld in art. 54, zoals gedefinieerd in art. 1, lid 1, aanhef en onder z, van het Barp. Aangevallen uitspraak vernietigd.
Advocaten
- K.I. Meijering
- M.T.J.H. Berns
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
