Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:CRVB:2013:BZ1732

Centrale Raad van Beroep · 20-02-2013 · zaaknummer 11-4384 WMO

Bestuursrecht; Bestuursrecht; SocialezekerheidsrechtGepubliceerd 08-04-2013
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

Het college heeft appellants aanvraag o.g.v. deWmo afgewezen. Het college heeft hieraan ten grondslag gelegd dat appellant, gelet op zijn verblijfsstatus, naar nationaal recht geen toegang heeft tot een voorziening op grond van de Wmo. Volgens het college bestaat ook geen aanleiding om gelet op art. 8 EVRM appellant opvang te bieden, omdat hij over onderdak beschikte. Raad: Vast staat dat appellant gelet op zijn verblijfsstatus op grond van de artt. 10 en 11 van de Vreemdelingenwet 2000 geen aanspraak kan maken op toelating tot de maatschappelijke opvang in de zin van de Wmo in de gemeente Amsterdam. Ook staat vast dat appellant ten tijde hier van belang over opvang beschikte die hij bekostigde vanuit de bijdrage van € 375,-- per maand die hij uit het Aidsfonds ontving. Volgens appellant is hij, door zijn HIV-infectie, een kwetsbaar persoon en is de Staat in het licht van art. 8 EVRM verplicht hem te helpen. Dit houdt volgens appellant in dat mensen die moeten terugkeren, tot ze zijn vertrokken een veilige verblijfplek hebben en genoeg geld om te overleven. De bijdrage uit het Aidsfonds is volgens appellant geen adequate voorziening. Dit omdat het om een vrijwillige bijdrage gaat die ieder moment kan worden beëindigd en omdat het bedrag te laag is om in adequate opvang te voorzien. Nog daargelaten de vraag of - gelet op de mate van kwetsbaarheid van appellant - art. 8 EVRM het college tot enige vorm van maatschappelijke opvang dwingt - stelt de Raad, onder verwijzing naar zijn uitspraken van 4 augustus 2011 (LJN:BR5385) en 12 juni 2012 (LJN: BW9140), vast dat appellant ten tijde hier van belang over opvang beschikte in de vorm van een bedrag van € 375,-- per maand uit het Aidsfonds. Dat bedrag kan in de gegeven omstandigheden als voorziening voor tijdelijke opvang toereikend worden geacht. Reeds daarom is niet gebleken dat de weigering van het college om appellant toe te laten tot de maatschappelijke opvang geen blijk geeft van een “fair balance” tussen de publieke belangen die betrokken zijn bij de weigering van die toegang en de particuliere belangen van appellant om wel toegelaten te worden.

Advocaten

  • A.C. van Helvoort
  • E.C. Cerezo-Weijsenfeld
  • F.G. Veldstra
  • W.G. Fischer

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.