Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:CRVB:2013:BY9147

Centrale Raad van Beroep · 18-01-2013 · zaaknummer 12-3269 WAO-T

Bestuursrecht; Bestuursrecht; SocialezekerheidsrechtGepubliceerd 05-04-2013
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

Terugvordering WAO-uitkering wegens inkomsten uit arbeid. Appellante heeft aangevoerd dat geen sprake was van inkomsten uit arbeid. De vergoedingen die werden betaald kwamen niet ten goede van appellante maar van haar vader voor gebruik van de rijbak en de paarden. Appellante genoot geen inkomsten uit arbeid en zij was daarom ook niet gehouden om het Uwv op de hoogte te stellen van haar activiteiten op de paardenweide op de zaterdagochtend. Raad: Gelet op de rapportage van de inspecteur kan niet worden gesproken van zorgvuldig onderzoek naar de eventuele inkomsten uit arbeid van appellante. De berekening van de inkomsten uit arbeid is gebaseerd op een verklaring van de tipgever die tevens de ex-echtgenoot is van appellante en de verklaringen van drie anonieme getuigen, die deze verklaringen niet hebben ondertekend of anderszins hebben bevestigd. Tijdens de behandeling van deze zaak ter zitting van de Rb. heeft appellante verteld dat zij weet wie die drie anonieme getuigen zijn en dat zij hen heeft benaderd. Zij heeft een brief en een e-mail, afkomstig van twee van deze getuigen overgelegd en gesteld dat de door de inspecteur vermelde verklaringen van deze getuigen niet mogen worden gebruikt omdat ze niet juist zijn. Verder heeft zij gesteld dat de derde getuige nooit heeft gesproken met de inspecteur. De inspecteur heeft hierop te kennen gegeven dat de verklaringen van de drie getuigen wel degelijk juist zijn weergegeven en dat de informatie in de overgelegde brief en e-mail juist een bevestiging vormt van zijn eindoordeel, nu appellante nooit heeft gesproken over een “onkostenvergoeding” van € 10,- terwijl de getuigen hiervan wel melding maken. De Raad acht de door de inspecteur opgemaakte verklaringen van de drie anonieme getuigen onvoldoende onderbouwing voor de constatering dat sprake is van inkomsten uit arbeid bij appellante. Hierbij is van belang dat deze verklaringen niet zijn ondertekend of anderszins bevestigd door de betreffende getuigen, terwijl voor de Raad niet toetsbaar is of de verklaringen juist zijn weergegeven en de juistheid van de verklaringen lijkt te worden betwist door twee van deze anonieme getuigen. De door de inspecteur gegeven reactie op de brief en e-mail doet aan het bovenstaande niet af. Dit leidt de Raad tot de conclusie dat het bestreden besluit niet berust op een deugdelijke motivering. De Raad draagt het Uwv op met toepassing van art. 21, lid 6 Beroepswet dit gebrek in het besluit te herstellen.

Rechters

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.