ECLI:NL:CRVB:2013:775
Centrale Raad van Beroep · 26-06-2013 · zaaknummer 12-2096 WW
Inhoudsindicatie
Met juistheid heeft de rechtbank overwogen dat er op 1 december 2010 geen nieuw recht op een WW-uitkering is ontstaan. De rechtbank heeft terecht het oordeel van het Uwv in stand gelaten dat appellant met ingang van 1 oktober 2010 verwijtbaar werkloos is geworden vanwege de ontslagname uit het dienstverband bij werkgever 1. Er was ten tijde van de baanwisseling geen sprake van een reëel vooruitzicht op een dienstverband van ten minste 26 weken in een ongeveer dezelfde omvang als de beëindigde dienstbetrekking. De rechtbank heeft echter niet onderkend dat het Uwv in het bestreden besluit niet heeft beoordeeld of de met ingang van 1 oktober 2010 ontstane werkloosheid appellant niet in overwegende mate is te verwijten. Het bestreden besluit is hierdoor ondeugdelijk gemotiveerd en dient wegens strijd met artikel 7:12, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht te worden vernietigd. De door appellant gestelde omstandigheden zijn niet onderbouwd, zodat daarin geen aanleiding is gelegen om verminderde verwijtbaarheid aan te nemen.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
