ECLI:NL:CRVB:2013:722
Centrale Raad van Beroep · 25-06-2013 · zaaknummer 11-5495 WWB
Inhoudsindicatie
Afwijzing aanvragen bijstand. 1) De Raad onderschrijft het oordeel van de rechtbank dat appellant onvoldoende inzichtelijk heeft gemaakt waar hij in de periode voorafgaand aan de bijstandsaanvraag van heeft geleefd. 2) . De Raad is met de rechtbank van oordeel dat appellant onvoldoende deugdelijke en verifieerbare bewijsstukken heeft verstrekt over de herkomst van de kasstortingen. Daarenboven geven de kasstortingen, nog los van de herkomst daarvan, geen verklaring over de wijze waarop appellant in de noodzakelijke bestaanskosten heeft voorzien, nu het bedrag van € 2.500,-- lager is dan de door appellant gedane huurbetalingen. In beide zaken heeft appellant niet aannemelijk gemaakt dat hij ten tijde van belang in bijstandbehoevende omstandigheden verkeerde, zodat het college zijn aanvragen terecht op grond van artikel 17, tweede lid, in verbinding met artikel 11, eerste lid, van de WWB heeft afgewezen.
Advocaten
- A.J. Rijkers
- M.J.M. Strijbosch
Partijen
[appellant]
appellant · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
