ECLI:NL:CRVB:2013:2957
Centrale Raad van Beroep · 12-12-2013 · zaaknummer 11-6145 AW-T
Inhoudsindicatie
Tussenuitspraak. De Raad volgt appellant in zijn standpunt dat hij aanspraak kan maken op deze wervingskosten. Hierbij is van betekenis dat appellant op grond van onderdeel 4 van de overeenkomst een aanspraak heeft tot 1 februari 2017. Appellant wordt voorts gevolgd in zijn betoog dat de kosten voor de hypotheeklening en overige woonlasten van de woning te Breda, en ook het overbruggingskrediet, vallen onder de wervingskosten als bedoeld in artikel 12, aanhef en onder j, van de overeenkomst. Naar het oordeel van de Raad moet onder ‘dubbele woonlasten’ ook het overbruggingskrediet worden begrepen, aangezien de kosten daarvan betrekking hebben op de periode dat appellant eigenaar was van twee woningen. Deze kosten waren nodig om de tijd te overbruggen tussen de aankoop van de woning in [woonplaats] en de verkoop van de woning [woonplaats]. Dat appellant ervoor heeft gekozen een woning te kopen voordat de woning [woonplaats] was verkocht, doet hier niet aan af. In artikel 12, aanhef en onder j, van de overeenkomst zijn de kosten koper, makelaarscourtage en de notariskosten niet benoemd als wervingskosten. Met de rechtbank wordt dan ook geoordeeld dat het college deze aanspraak terecht heeft afgewezen.Gelet op hetgeen onder 4.1.3 en 4.1.4 is overwogen ziet de Raad aanleiding om het college, onder toepassing van artikel 21, zesde lid, van de Beroepswet, op te dragen om het besluit van 9 juli 2010 te heroverwegen en een nieuwe beslissing op bezwaar te nemen.
Rechters
Advocaten
Partijen
[appellant]
appellant · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
