ECLI:NL:CRVB:2013:2918
Centrale Raad van Beroep · 18-12-2013 · zaaknummer 12-3827 WW-T
Inhoudsindicatie
Tussenuitspraak. Appellante heeft vanaf september 2010 gedurende langere tijd feitelijk de dierenkliniek van haar werkgeefster geleid en in dat kader verantwoordelijkheden gedragen die niet passen bij haar functie. De omstandigheden wijzen erop dat aan de voortzetting van de dienstbetrekking zodanige bezwaren waren verbonden, dat voortzetting daarvan redelijkerwijs niet van appellante kon worden gevergd. Het Uwv heeft aan appellante ten onrechte WW-uitkering geweigerd op de grond dat de dienstbetrekking is beëindigd door of op verzoek van de werknemer zonder dat aan de voortzetting ervan zodanige bezwaren waren verbonden, dat deze voortzetting redelijkerwijs niet van de werknemer kon worden gevergd. Omdat voor de bepaling van het recht van appellante op een WW-uitkering met ingang van 1 april 2011 diverse gegevens nodig zijn waarover de Raad niet beschikt, kan hij niet zelf in de zaak voorzien. Nieuw besluit op bezwaar.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[appellante]
appellante · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
