ECLI:NL:CRVB:2013:2539
Centrale Raad van Beroep · 22-11-2013 · zaaknummer 11-2878 INBURG
Inhoudsindicatie
Inburgeringsplicht. Vaststaat dat appellante de Indonesische nationaliteit heeft en, ten tijde in geding, in Nederland verbleef met een verblijfsvergunning op grond van artikel 8, onder a, van de Vreemdelingenwet 2000. Appellante voldoet dus in beginsel aan de voorwaarden om inburgeringsplichtig te zijn. Appellante heeft niet aannemelijk gemaakt dat zij aan de uitzonderingsbepaling voldoet. Het begrip vreemdeling heeft in de OTSI een andere inhoud en betekenis dan het begrip vreemdeling in de Vreemdelingenwet 2000 en in de Wi. Beroep op de OTSI leidt niet tot de conclusie dat appellante geen vreemdeling is in de zin van de Vreemdelingenwet 2000 en de Wi.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[appellante]
appellante · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
