ECLI:NL:CRVB:2013:2442
Centrale Raad van Beroep · 14-11-2013 · zaaknummer 11-3186 AW
Inhoudsindicatie
De Raad ziet geen aanleiding voor het oordeel dat de stichting een overwegend aandeel heeft gehad in het ontstaan en voortbestaan van de tussen partijen ontstane impasse. Hierbij acht de Raad van belang dat, zoals ook in de tussenuitspraak is overwogen, pas na de beslissing op het bezwaar tegen het ontslagbesluit duidelijk is geworden dat appellant indertijd als gevolg van ziekte niet geschikt kon worden geacht voor zijn eigen werk. Anders dan appellant heeft aangevoerd, kan de stichting niet worden tegengeworpen dat zij, bij haar pogingen om samen met appellant tot een oplossing te komen in de periode voorafgaand aan het ontslagbesluit, niet tot uitgangspunt heeft genomen dat sprake was van een zieke werknemer waarvoor re-integratieverplichtingen golden. Hoewel ook het aandeel van de betrokken ambtenaar bij een dergelijke beoordeling van belang is, volgt uit het voorgaande niet dat in dit geval het ontstaan en voortbestaan van de impasse overwegend aan appellant moet worden toegeschreven, maar slechts dat aan de grondvoorwaarde voor toekenning van een aanvullende ontslagvergoeding niet is voldaan. Vernietiging besluit voor zover het de primaire ontslaggrond betreft. De Raad zal het ontslagbesluit van 5 februari 2010 in zoverre herroepen. Het bestreden besluit houdt wel stand voor zover het de subsidiaire ontslaggrond betreft. Afwijzing verzoek om schadevergoeding.
Advocaten
- J. Schutter
Partijen
[appellant]
appellant · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
