ECLI:NL:CRVB:2013:2320
Centrale Raad van Beroep · 06-11-2013 · zaaknummer 13-2889 WW
Inhoudsindicatie
Betrokkene kon aan de door hem vanwege appellant ontvangen informatie niet in redelijkheid het vertrouwen ontlenen dat hij ook vanaf 21 augustus 2006 nog kon vasthouden aan het opgeven van een half uur per factuur op zijn werkbriefjes. Anders dan de rechtbank heeft geoordeeld, lag het niet op de weg van appellant om zich ervan te vergewissen dat het voor betrokkene duidelijk was dat de afspraak over het vermelden van gewerkte uren was komen te vervallen. Het had betrokkene in elk geval vanaf 21 augustus 2006 redelijkerwijs duidelijk moeten zijn dat hij alle gewerkte uren had moeten opgeven. Door de intrekking en de terugvordering van WW-uitkering te handhaven over de periode van 21 augustus 2006 tot en met 2 september 2007, heeft appellant niet in strijd met zijn in de Handleiding neergelegde beleid gehandeld. Appellant heeft op correcte wijze uitvoering gegeven aan de hem door de rechtbank gegeven onderzoeksopdracht. Vernietiging uitspraak. Beroep ongegrond.
Advocaten
- D. de Jong
- J.M. Jansen
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
