ECLI:NL:CRVB:2013:2313
Centrale Raad van Beroep · 30-10-2013 · zaaknummer 13-522 WSF
Inhoudsindicatie
Vordering wegens meerinkomen over 2009. 1) Hoewel de eerste en tweede aangevoerde beroepsgrond in zekere mate met elkaar verweven zijn, lag separate beoordeling van de eerste beroepsgrond wel voor de hand. De rechtbank had deze beoordeling dan ook niet achterwege mogen laten. Vernietiging aangevallen uitspraak. 2) De vordering op grond van artikel 3.17, zevende lid, van de Wsf 2000 zoals dit gold ten tijde in geding is in haar beide onderdelen compensatoir van aard. Het gedeelte van de vordering op grond van onderdeel a is naar zijn aard proportioneel, het wordt immers bepaald door de hoogte van het meerinkomen en is gemaximeerd op het bedrag aan genoten beurs over het desbetreffende kalenderjaar. Het is vaste rechtspraak van de Raad dat de vordering op grond van onderdeel b een compensatoire vordering is ter grootte van het bedrag dat de overheid voor de OV-studentenkaart c.q. voor de vervangende reisvoorziening in geld heeft uitgegeven.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[appellant]
appellant · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
